Engels in het Nederlands

Nederlands in het Engels

Taalpuristen klagen vaak dat er zo veel Engelse woorden het Nederlands insluipen. Ze vergeten dan dat het Nederlands en het Engels levende talen zijn en altijd al bloot stonden aan buitenlandse invloeden. Het Nederlands heeft in het verleden ook veel woorden uit onder meer het Frans, Duits en Latijn overgenomen en daar hoor je bijna nooit iemand over klagen.

Maar wist u dat het Engels ook een behoorlijk aantal woorden aan het Nederlands heeft ontleend? Bekende voorbeelden zijn 'apartheid' en 'dike', maar er zijn er veel meer. Kijk maar eens naar het lijstje hieronder.

Ik ben er bijna zeker van dat u verrast zult zijn!

Aardvark Aardvarken
Bluff Bluffen
Boss Baas
Boorish (lomp, onbehouwen) Boers
Brandy Brandewijn
Bundle Bundel
Buoy Boei
Coleslaw Koolsla
Cookie (Am. Eng) (Br. Eng: biscuit) Koekje
Decoy (lokvogel, lokaas) Eendekooi , de kooi
Deck Dek
Easel (vnml. schildersezel) Ezel
Etch Etsen
Freight Vracht
Furlough Verlof
Gin Jenever
Halibut Heilbot
Iceberg IJsberg
Keelhaul Kielhalen
Knapsack Knapzak
Landscape Landschap
Pit (Am.Eng: pit van een vrucht) Pit
Pump Pomp
Roster Rooster
Santa Claus Sinterklaas
Skate Schaats
Sketch Schets
Skipper Schipper
Sleigh Slee
Sloop Sloep
Smuggle Smokkelen
Snoop ([stiekem] rondsnuffelen) Snoepen (heimelijk eten)
Splinter Splinter
Split Splijten
Spook Spook
Stool (kruk) Stoel
Stoop (Am.Eng) Stoep
Stove Stoof
Trigger Trekker
Waffle Wafel
Wagon Wagen
Yacht Jacht
Yankee Jan-Kees of Janke (niet zeker)

Verengelsing?

Wilt u meer lezen over de vermeende verengelsing van het Nederlands? Hieronder enkele links (oeps, een Engels woord, ik bedoel natuurlijk verwijzingen, en owee, oeps was ook al van Engelse oorsprong):