De waanzin van de spellingherziening
In 2005 werd het nieuwe Groene Boekje gepresenteerd, met daarin de spellingregels voor de Nederlandse taal. “Er is niet veel veranderd”, probeerden de makers ons wijs te maken. Maar wat bleek? De regels zijn onduidelijker, ingewikkelder en vooral onlogischer geworden.
Een storm van protest brak los. Spellingdeskundige Wim Daniëls schreef: na de gemiste kans in 1995 moet de spelling anno 2005 gekwalificeerd worden als een hardnekkige volharding in het negeren van de wensen van de gewone taalgebruiker.
Voorbeelden
Botsende klinkers
In de spellingregels van 1995 staat dat de combinatie 'iji' botsende klinkers zijn en er daarom een koppelteken moet worden geplaatst tussen 'ij' en 'i'. In 2005 is dat veranderd. In mijn ogen een belachelijke verandering. Want zegt u nou zelf, wat is gemakkelijker te lezen:
rijinstructeur of rij-instructeur?
Mét koppelteken, toch? Maar zonder is de nieuwe regel...
Het wordt nog belachelijker als u ziet waar nu opeens wél een koppelteken moet worden geplaatst.
Heeft u moeite met het lezen van onderstaande woorden?
naijver en chocoijs
Volgens de Nederlandse Taalunie wel, u moet schrijven:
na-ijver en choco-ijs
Nog eentje: ontdek de 'fout' in de volgende twee woorden:
reïntegratie, reïncarnatie
Niets mis mee, denkt u waarschijnlijk. Fout! Volgens de mensen die denken ons de wet te kunnen voorschrijven moet het zo:
re-integratie, reïncarnatie
En waarom dat koppelteken in re-integratie? De Taalunie redeneert: integratie is een bestaand woord, incarnatie niet. Daarom moet het ene woord met een streepje en het andere met een trema. Kunt u het nog volgen? Wat de Taalunie beweert is bovendien niet waar. Incarnatie is wel degelijk een bestaand woord.
Onlogisch
Stel, u heeft twee kinderen. De een volgt havo, de ander vwo. Oftewel, u heeft een havo'er en een vwo'er in huis. Toch? Nee hoor, volgens het nieuwe Groene Boekje zijn uw kinderen respectievelijk havoër en vwo'er. Want, zegt de Nederlandse Taalunie, vwo is een initiaalwoord (een afkorting van beginletters, die niet als één woord worden gelezen, maar als afzonderlijke letters) en havo een letterwoord (als lopend woord uitgesproken). Maar, voor de gewone taalgebruiker zijn het beide afkortingen van een soort onderwijs. Dus schrijf je die op dezelfde manier. Logisch, en daarom schrijft het Witte Boekje havo'er en vwo'er voor. Terecht.
Nog enkele voorbeelden van onlogische regels: cao-overleg en VUT-premie, Kerstman en paashaas, ramadan en Suikerfeest, sociaal-cultureel en sociaalwetenschappelijk, 50 eurobiljet en vijftigeurobiljet, Vikingschip en eskimohond, interimwerk en interim-manager, Sovjetburger en sovjetcommunisme, public relations officer en publicrelationsmedewerker, Noordpoolexpeditie en noordpoolcirkel.
Woordbeeld
Bij het lezen van een tekst is het woordbeeld van belang. Als u een woord tegenkomt dat er 'vreemd' uitziet, blijft u 'hangen' en denkt u “lees ik dat nou goed?” Voorbeeld: elke ochtend om zes uur hebben we een appel. U denkt: “Beetje vroeg, maar wel lekker!” Maar nee, hier wordt appèl bedoeld, oftewel het sein tot verzamelen.
Tussen-n
Over de tussen-n is bij de spellingherziening van 1995 veel te doen geweest. 'Pannekoek' werd 'pannenkoek', maar 'paardebloem' kreeg geen tussen-n. Deze zogeheten 'paardebloemregel' (eerste deel een diernaam, tweede deel een plantkundige aanduiding: dan geen tussen-n) werd in 2005 afgeschaft. Het is dus nu 'paardenbloem'. Op zich een vereenvoudiging, maar de rest van de ingewikkelde regels voor de tussen-n bleef bestaan.
De Witte Spelling laat het geheel aan u over: u mag wel of geen tussen-n schrijven in bijvoorbeeld padde(n)stoel. Het Witte Boekje geeft wel de voorkeur aan paddestoel, omdat dat het gewoonste woorbeeld is.
Eerlijk gezegd vind ik dat het Witte Boekje daar een steek laat vallen. Want helemaal geen regel lijkt me niet bevorderlijk voor een eenduidige taal. Maar wat dan wel? Ik heb zelf nog altijd moeite met het verschil (volgens het Groene Boekje) tussen Koninginnedag en koninginnensoep. Alhoewel ik de regel wel begrijp, lijkt het inconsequent.
Radioterm
Ik geef toe: het zal de meeste mensen worst zijn, maar met mijn radio-achtergrond stoor ik mij aan een andere wijziging. De 'kortegolf' moet voortaan als 'korte golf' worden gespeld. Het gaat hier om de aanduiding van een bepaald frequentiespectrum. Je hebt de langegolf, de middengolf en de kortegolf (en de ultrakortegolf, maar die wordt nooit zo genoemd, die heet 'FM'). Middengolf blijft gewoon aan elkaar geschreven, maar kortegolf moet dus los. Waarom? Geen idee, voor mij is kortegolf in deze betekenis een samenstelling en moet het dus één woord zijn. Niet volgens de Taalunie. Goed, dan zal het ook wel 'korte golfzender' zijn, of misschien 'korte golf zender'. Fout! Dat blijft één woord: kortegolfzender.
Duidelijk en logisch die nieuwe regels, vindt u ook niet?
En dan nog eentje, in dezelfde categorie: we moeten nu rodekool aan elkaar schrijven, maar witte kool en groene kool blijft los.
Lust u nog peultjes?
Witte Spelling
Ik kan nog wel even doorgaan, maar daar zit u waarschijnlijk niet op te wachten. Bovenstaande voorbeelden maken voldoende duidelijk dat veel veranderingen in het Groene Boekje geen verbeteringen zijn. Veel erger is dat de logica van de regels volstrekt zoek is. Daarom sluit ik me aan bij vele grote kranten- en tijdschriftenuitgevers, het Genootschap Onze Taal en andere tekstschrijvers. Tekstbureau Taal & Tekst volgt de regels van de Witte Spelling.
Grijze Spelling
Overigens lijkt de Taalunie inmiddels ook onder de indruk van het verzet tegen de spellingregels van 2005. In het Tijdschrift Levende Talen van februari 2009 komen Ludo Permentier (auteur van de Leidraad in het Groene Boekje) en Rik Schutz (projectleider spelling bij de Nederlandse Taalunie) opeens met een onderscheid tussen 'Groot Dicteefouten' en 'gewone spelfouten'. 'Gewone fouten' mag niemand maken, 'Groot Dicteefouten' zijn voor de gewone taalgebruiker (daar is hij weer!) toegestaan.
Ik denk dat ik dat moet begrijpen als: voor de heren zijn alle taalgebruikers gelijk, maar sommige taalgebruikers zijn gelijker.
